Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte
- de stempelpoot over het fietspad heeft geplaatst waardoor personen die op het fietspad zouden aanrijden zonder uit te wijken, in aanraking zouden komen met de dwarsligger van deze stempelpoot ter hoogte van hun hoofd;
- zijn gedragingen heeft verricht in het centrum van Utrecht op klaarlichte dag, op een fietspad waar veel gebruik van wordt gemaakt;
- onvoldoende heeft ingeschat wat de impact van deze steunpoot kan zijn indien iemand daarmee in aanraking komt;
- eenvoudige maatregelen (zoals het plaatsen van pionnen, contact opnemen met de wegbeheerder) niet heeft genomen.
Vaststaat dat verdachte de stempelpoot van zijn vrachtwagen op het trottoir heeft geplaatst en de dwarsligger op ongeveer een meter hoogte dwars over het fietspad heeft geplaatst. Het fietspad bevindt zich in het centrum van Utrecht en was behoorlijk druk. Het slachtoffer is rijdend op een snorfiets, zonder te remmen of uit te wijken, met haar hoofd recht op de dwarsligger afgereden. Met volle vaart is het hoofd tegen de dwarsligger aangebotst.
Of dit enkele nalaten is te kwalificeren als aanmerkelijke schuld, hangt namelijk af van de omstandigheden van het geval.
niet(cursief rechtbank) tegen de achterzijde van de vrachtauto was gereden. In hoeverre dus de aanrijding voorkomen had kunnen worden, kan niet worden bepaald.
De rechtbank heeft hiervoor al vastgesteld dat verdachte heeft nagelaten om alle maatregelen te treffen die vereist zijn om het verkeer te waarschuwen dat hij de dwarsligger van de stempelpoot had uitgeschoven.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
- een werkstraf voor de duur van 180 uur, te vervangen door 90 dagen hechtenis;
- een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank er ten opzichte van de eis van de officier van justitie rekening mee dat de bewezenverklaring neerkomt op een minder ernstig feit dan dat waarop de eis van de officier van justitie ziet. Waar de eis van de officier van justitie is ingegeven doordat verdachte een misdrijf zou hebben gepleegd, dat bestraft kan worden met een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar, is de rechtbank tot de conclusie gekomen dat sprake is van (slechts) een overtreding, waarop maximaal hechtenis voor de duur van 2 maanden staat. Reeds gelet daarop zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder primair tenlastegelegde feit;
een werkstraf van 150 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
75 dagen;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
die in handen van de rechter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed/belofte aflegt zijn/haar taak als tolk naar zijn/haar geweten te zullen vervullen. Al hetgeen ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen is door voornoemde tolk vertolkt.