De zaak betreft beroepen tegen de WOZ-waarden van vier niet-woningen in de gemeente Veenendaal voor het belastingjaar 2012. Na bezwaar had de gemeente de waarden van twee niet-woningen verlaagd, maar de overige waarden bleven ongewijzigd. Eiseres stelde beroep in tegen deze waardebepalingen.
Tijdens het proces bereikten partijen overeenstemming over de WOZ-waarden van drie niet-woningen en de herroeping van het besluit voor één niet-woning. De enige resterende discussie betrof de vergoeding van proceskosten voor nadere schriftelijke inlichtingen die eiseres na de zitting had verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat deze nadere schriftelijke inlichtingen niet als een formele inlichting in de zin van de Algemene wet bestuursrecht konden worden beschouwd, omdat de rechtbank hier niet om had verzocht. Daarom wees zij de vergoeding hiervoor af. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en stelde zelf de WOZ-waarden vast. Tevens veroordeelde zij de gemeente tot het betalen van proceskosten en het vergoeden van het griffierecht.