ECLI:NL:RBMNE:2013:7591
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WW- en ZW-uitkering met deels gegrond beroep
Eiser ontving een WW-uitkering en een ZW-uitkering, maar verrichtte tijdens de WW-periode werkzaamheden zonder dit te melden. Verweerder trok de WW-uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde onverschuldigde betalingen terug. De ZW-uitkering werd eveneens ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank stelde vast dat de intrekking en terugvordering van de WW-uitkering terecht was omdat eiser geen verifieerbare gegevens over de gewerkte uren had verstrekt, waardoor het recht op WW-uitkering niet kon worden vastgesteld. Het beroep tegen deze besluiten werd ongegrond verklaard.
Ten aanzien van de ZW-uitkering oordeelde de rechtbank dat ondanks de intrekking van de WW-uitkering eiser verzekerd bleef voor de ZW. De intrekking en terugvordering van de ZW-uitkering was daarom onterecht en werd vernietigd. De rechtbank herroept het primaire besluit over de ZW-uitkering en bepaalt dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten. Het beroep tegen het gewijzigde besluit over de WW-uitkering werd niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 20 december 2013.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de WW-uitkering is terecht, maar de intrekking en terugvordering van de ZW-uitkering is onterecht en wordt vernietigd.