Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het deelgeschil
4.De beoordeling
Deelgeschil
Zij kon moeilijk omgaan met de persisterende nekklachten’
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster raakte op 10 juni 2000 betrokken bij een verkeersongeval waarbij zij van links werd aangereden. Sindsdien ervaart zij diverse klachten zoals hoofdpijn, nekpijn, vermoeidheid en concentratieproblemen. Ondanks intensief medisch onderzoek, waaronder neuropsychologisch en neurologisch onderzoek, zijn er geen objectieve neurologische beperkingen vastgesteld.
ASR betwist het causaal verband en de reële aard van de klachten, verwijzend naar rapporten van verzekeringsartsen die de beperkingen als mild en niet belemmerend voor het functioneren beschouwen. Verzoekster stelt dat haar klachten en beperkingen direct voortvloeien uit het ongeval en dat het verlies aan arbeidsvermogen daardoor is veroorzaakt.
De rechtbank oordeelt dat het subjectieve klachtenpatroon van verzoekster reëel en consistent is en dat het ontbreken van objectieve medische verklaringen het causaal verband niet uitsluit. Het rapport van Elsenburg wordt als uitgangspunt genomen. De rechtbank wijst het primaire verzoek af om het arbeidsongeschiktheidspercentage van het UWV toe te passen voor schadebepaling, maar wijst subsidiair het causaal verband toe. De rechtbank veroordeelt ASR tot betaling van de proceskosten, maar wijst de gevorderde buitengerechtelijke kosten af vanwege onduidelijkheid over de specificatie en reeds betaalde bedragen.
Uitkomst: De rechtbank stelt causaal verband vast tussen het ongeval en de klachten van verzoekster en veroordeelt ASR tot betaling van de proceskosten.