Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2013 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, werkgever van een werkneemster die sinds januari 2011 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt is, kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Na bezwaar en beroep vernietigt de rechtbank het bestreden besluit van 12 maart 2013 vanwege een gebrekkige motivering, met name omdat het UWV onvoldoende heeft toegelicht waarin de tekortkomingen bestonden.
De rechtbank stelt vast dat tot 18 januari 2012 de re-integratie-inspanningen voldoende waren, conform een deskundigenoordeel. Daarna heeft het UWV aannemelijk gemaakt dat eiseres onvoldoende inspanningen heeft verricht, met name door het nalaten van tweede spoor onderzoek en planmatige re-integratieactiviteiten. Medische rapporten tonen aan dat de werkneemster beperkte maar aanwezige functionele mogelijkheden had.
Hoewel de loonsanctie terecht is opgelegd, wordt het besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand om onnodige vervolgprocedures te voorkomen. Eiseres wordt het griffierecht vergoed en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.092,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.