ECLI:NL:CRVB:2010:BN3811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen volgens Wet WIA
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die een loonsanctie van 52 weken wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen vernietigde. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de loonsanctie terecht en deugdelijk gemotiveerd is opgelegd.
De rechtbank had geoordeeld dat de loonsanctie niet op maat was opgelegd en dat deze tot het moment van het starten van het tweede spoortraject (5 juli 2007) had moeten duren. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat artikel 25, negende lid, van de Wet WIA voorziet in een maximale loonsanctie van 52 weken, die doorloopt totdat de werkgever de tekortkoming herstelt, met een wettelijke regeling voor bekorting in latere artikelen. De rechtbank heeft volgens de Raad het systeem van de loonsanctie verkeerd geïnterpreteerd.
De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond. De Raad wijst erop dat de beoordeling van de bekorting van de loonsanctie een aparte procedure betreft en niet samenvalt met de vraag of de loonsanctie terecht is opgelegd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.