ECLI:NL:RBMNE:2013:7834
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.A. van Kalveen
- A.R.O. Mooy
- E.C.A. Bakker
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling wegens niet terugkeren van verlof
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 22 oktober 2013 de vordering van de officier van justitie om de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde achterwege te laten. De veroordeelde was eerder veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf en had op 18 maart 2013 niet teruggekeerd van zijn verlof, waarna hij uit anderen hoofde werd gedetineerd.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de veroordeelde zich had onttrokken aan zijn detentie door niet terug te keren van verlof. De verdediging voerde aan dat persoonlijke omstandigheden, zoals de ziekte van zijn zoontje en moeder, meespelen en dat het beleid van BBI- en ZBBI-instellingen niet altijd leidt tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling bij eenmalig niet terugkeren.
De rechtbank oordeelde dat de vordering ontvankelijk was en dat de oudere wetgeving niet meer van toepassing is. Gezien de feiten werd de vordering toegewezen. Het tijdstip van invrijheidstelling kon niet worden bepaald omdat de veroordeelde uit anderen hoofde gedetineerd blijft en de strafrestant onduidelijk is.
Uitkomst: De vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegewezen omdat de veroordeelde niet is teruggekeerd van verlof.