Op 1 augustus 2013 heeft verdachte samen met een mededader een woninginbraak gepleegd waarbij zij zich toegang verschaften door het vernielen van een ruit. De rechtbank acht bewezen dat verdachte de diefstal in vereniging heeft gepleegd en dat hij zich de toegang tot de woning heeft verschaft door middel van braak.
De verdediging betwistte het onderdeel braak, stellende dat verdachte pas na de inbraak arriveerde, maar de rechtbank verwierp dit op basis van verklaringen van verbalisanten en het korte tijdsverloop. Verdachte werd aangetroffen in de woning met gestolen goederen in zijn bezit.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 120 dagen op, waarvan 44 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan de voorwaardelijke straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder meldplicht bij de reclassering, medewerking aan psychodiagnostisch onderzoek en behandeling, en begeleiding naar woonplek en dagbesteding. De straf houdt rekening met eerdere veroordelingen en het advies van de reclassering.