ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ0341
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Werknemersvordering op moedermaatschappij ontbeert preferentie in faillissement
De zaak betreft een werknemersvordering van eiseres jegens de moedermaatschappij Econcern N.V., gebaseerd op een aansprakelijkheidsverklaring ex artikel 2:403 BW Pro, waarbij eiseres aanspraak maakt op een preferentie die zij had op de dochtermaatschappij Evelop B.V. die failliet is verklaard.
Econcern had zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor schulden van Evelop, maar de rechtbank oordeelt dat deze aansprakelijkheid niet gepaard gaat met het preferentierecht dat werknemersvorderingen op de werkgever toekomt volgens artikel 3:288 sub e BW Pro. De preferentie geldt alleen jegens de werkgever, en Econcern geldt niet als werkgever van eiseres.
De rechtbank volgt de lijn van de Hoge Raad dat de aansprakelijkheidsverklaring slechts hoofdelijkheid inhoudt zonder preferentie. Ook een richtlijnconforme interpretatie van artikel 2:403 BW Pro leidt niet tot een ander oordeel.
De vordering van eiseres wordt daarom erkend als concurrente vordering in het faillissement van Econcern, onder de voorwaarde dat deze erkenning niet reeds eerder heeft plaatsgevonden. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De werknemersvordering op de moedermaatschappij wordt erkend als concurrente vordering zonder preferentie.