ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1061
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar en invordering dwangsom wegens achterstallig onderhoud en illegale kamerverhuur
Eiseres, eigenaar van een studentenpand, betwistte de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar tegen een last onder dwangsom en de daarop volgende invordering van de dwangsom door de gemeente Utrecht. De kern van het geschil betrof de vraag of de bezwaar- en beroepschriften tijdig waren ingediend en of de besluiten tijdig en correct waren ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres en haar directeur wel degelijk post van de gemeente ontvingen, maar daar selectief op reageerden. De betwisting van ontvangst werd als evident ongeloofwaardig beschouwd, mede vanwege tegenstrijdige standpunten van eiseres binnen dezelfde zaken. De rechtbank stelde vast dat de verzending van besluiten aan het juiste adres aannemelijk was en dat eiseres verantwoordelijk was voor het betrouwbaar houden van haar postadres.
Hoewel het bezwaar tegen de last onder dwangsom terecht niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding, was het beroep tegen het besluit van 26 oktober 2011 gegrond omdat verweerder niet had beslist op het van rechtswege ontstane bezwaar tegen de invordering van de dwangsom. De rechtbank verklaarde dit bezwaar ongegrond en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor het niet beslissen op het van rechtswege ontstane bezwaar tegen de invordering van de dwangsom, maar het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.