ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ4204
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring tijdens gedwongen psychiatrische opname
Eiser, een vreemdeling van Rwandese nationaliteit, is in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en is vervolgens overgeplaatst naar een psychiatrisch ziekenhuis onder een machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). Eiser betoogt dat de bewaring niet naast de gedwongen opname kan voortduren en dat hij zich niet aan toezicht zal onttrekken.
De rechtbank stelt vast dat de overplaatsing naar het psychiatrisch ziekenhuis is uitgevoerd op basis van artikel 15, vijfde lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en dat hiervoor een rechterlijke machtiging is verleend. De maatregel van bewaring wordt derhalve in het ziekenhuis ten uitvoer gelegd. Eiser heeft onvoldoende feiten gesteld om de toelichting van verweerder te weerleggen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het doel van de maatregel, het voorkomen van het onttrekken aan uitzetting, nog steeds gerechtvaardigd is. De rechtbank wijst ook het argument af dat het ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn de maatregel onrechtmatig maakt, mede omdat de Ghanese autoriteiten de nationaliteit van eiser hebben bevestigd en de situatie van opname tijdelijk is.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van verweerder bij voortzetting van de maatregel zwaarder weegt dan het belang van eiser bij invrijheidsstelling. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het voortduren van de maatregel van bewaring tijdens de gedwongen opname.