ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5037
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking horeca- en exploitatievergunning wegens ernstig gevaar op grond van Bibob-advies
Verzoekster exploiteert een horecabedrijf waarvoor zij drank- en horecawetvergunningen bezit. Na politie-informatie en een Bibob-onderzoek concludeerde het Landelijk Bureau Bibob dat er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunningen worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of financiële voordelen uit strafbare feiten te behalen. Dit advies leidde tot het besluit van het college van burgemeester en wethouders om de vergunningen in te trekken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerders terecht op het Bibob-advies mochten afgaan. Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat verzoekster in een zakelijk samenwerkingsverband staat met veroordeelde personen, waaronder haar echtgenoot die is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en overtreding van de Wet op de kansspelen. Ook andere veroordeelden met een crimineel verleden zijn betrokken bij het horecabedrijf via speelautomaten.
Verzoekster betoogt dat het gevaar niet ernstig is en dat de intrekking disproportioneel is. De voorzieningenrechter volgt dit niet, mede omdat het beleid van de gemeente Utrecht voorziet in intrekking bij ernstig gevaar zonder verdere belangenafweging. Ook het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat de genoemde vergelijkingsgevallen niet gelijk zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de horeca- en exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.