ECLI:NL:RVS:2007:BA9799
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W. Konijnenbelt
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunningen horeca op grond van Wet Bibob wegens ernstig gevaar van misbruik
Appellanten, de burgemeester en het college van Papendrecht, hebben geweigerd vergunningen te verlenen voor de exploitatie van twee horecabedrijven op grond van de Drank- en Horecawet, de Algemene plaatselijke verordening 2005 en de Wet op de kansspelen. Dit besluit was gebaseerd op een advies van het Bureau Bibob dat ernstig gevaar signaleerde dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen, met name vanwege vermoedens van overtreding van de Opiumwet.
De voorzieningenrechter had het besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de betrouwbaarheid van de informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). De Raad van State oordeelt echter dat de burgemeester en het college de informatie terecht hebben betrokken bij hun besluit, mede omdat het Bureau Bibob de betrouwbaarheid van de gegevens heeft getoetst en het bestuursorgaan op basis van deskundigheid van het Bureau mocht afgaan.
De Raad stelt vast dat het vermoeden van betrokkenheid bij hennepteelt en handel in verdovende middelen, ondanks een strafrechtelijk sepot, voldoende concreet en onderbouwd is. Ook de financiële transacties rond de aankoop van een café met vermoedelijk zwart geld ondersteunen het vermoeden. De weigering van de vergunningen is daarmee proportioneel en zorgvuldig gemotiveerd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Tevens wordt het besluit van 24 oktober 2006 vernietigd omdat het op de vernietigde uitspraak was gebaseerd.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de vergunningen op grond van de Wet Bibob.