ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5478
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke voorlopige voorzieningprocedure
De zaak betreft een wrakingsverzoek van verzoeker tegen de behandelend rechter in een bestuursrechtelijke voorlopige voorzieningprocedure over een besluit tot disciplinaire straf van ontslag door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
Verzoeker stelde dat de rechter onpartijdigheid ontbrak omdat zij zich niet zou beperken tot de totstandkoming van het besluit maar ook de onderliggende feiten behandelde, stukken toeliet zonder verificatie van bekendheid van verzoeker, en uitlatingen deed die zijn onpartijdigheid in twijfel zouden trekken.
De rechtbank overwoog dat een rechter in een voorlopige voorzieningprocedure juist een voorlopig oordeel moet vormen over de rechtmatigheid en feiten, dat het bestuursorgaan geen verplichting heeft voorafgaand aan de zitting een verweerschrift in te dienen, en dat de rechter vrij is om tijdens de mondelinge behandeling haar voorlopige beoordeling kenbaar te maken.
De rechtbank vond geen aanwijzingen voor persoonlijke vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. De opmerkingen van de rechter werden in de context van de nieuwe zaaksbehandeling geplaatst en niet als vooringenomenheid beoordeeld.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde vrees voor onpartijdigheid.