ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7133
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot terugbetaling van geldlening en bewijslevering terugbetaling
Eiseres en gedaagde zijn een geldleningsovereenkomst aangegaan waarbij eiseres in 2011 een bedrag van €2.600,- aan gedaagde heeft uitgeleend, waarvan medio december 2011 nog €2.040,- openstond. Gedaagde stelt dat hij dit bedrag in maart 2012 volledig heeft terugbetaald, ondersteund door verklaringen van zijn partner en vader. Eiseres betwist dit en vordert terugbetaling van €3.875,- plus rente en kosten.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd en dat de verklaringen van zijn partner twijfelachtig zijn vanwege taalproblemen en mogelijke beïnvloeding. De verklaring van de vader van gedaagde wordt als geloofwaardiger beschouwd. Omdat gedaagde zijn verweer voldoende heeft onderbouwd, wordt hij in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van de terugbetaling van €2.040,-.
Daarnaast is er discussie over een bedrag van €1.835,- dat eiseres na de akte aan gedaagde heeft uitgeleend. Gedaagde betwist dat dit een lening is, maar de kantonrechter oordeelt dat eiseres dit bedrag onvoldoende is weersproken en dat het geen schenking betreft. Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van dit bedrag, inclusief wettelijke rente vanaf 14 juli 2012.
Gedaagde krijgt de mogelijkheid om schriftelijk bewijs of getuigen aan te dragen ter onderbouwing van zijn verweer. De zaak wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd. De kantonrechter wijst op de procedurele regels omtrent getuigenverhoren en bewijslevering.
Uitkomst: Gedaagde krijgt gelegenheid bewijs te leveren van terugbetaling van €2.040,-, verdere beslissing wordt aangehouden.