ECLI:NL:RBMNE:2013:CA2717
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige eenzijdige loonsverlaging van garagemedewerker na verlies APK-bevoegdheid
De werknemer trad in maart 2012 in dienst als eerste monteur met APK II bevoegdheid tegen een bruto maandsalaris van €2.800. Tijdens het dienstverband verloor hij tijdelijk zijn bevoegdheid om APK-keuringen uit te voeren, omdat hij twee keer zakte voor het verlengingsexamen. De werkgever verlaagde daarop eenzijdig het loon met €700 per maand vanaf oktober 2012. De werknemer betwistte deze verlaging en vorderde onbetaald loon.
De rechtbank oordeelde dat het loon een primaire arbeidsvoorwaarde is en dat een eenzijdige verlaging alleen onder uitzonderlijke omstandigheden is toegestaan. De werkgever kon het loon niet verlagen zonder instemming van de werknemer, ook niet op grond van het wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst. De werkgever droeg onvoldoende zwaarwegende omstandigheden aan om de loonsverlaging te rechtvaardigen, mede omdat de werknemer zijn werkzaamheden kon voortzetten en de werkgever het risico droeg dat de werknemer niet tijdig zou slagen.
Daarnaast stopte de werkgever de loondoorbetaling vanaf december 2012 wegens vermeende arbeidsongeschiktheid en gebrek aan re-integratie. De bedrijfsarts had de werknemer echter volledig arbeidsongeschikt verklaard en had geen herbeoordeling gedaan na het slagen voor het examen. De rechtbank oordeelde dat de loondoorbetaling onterecht was stopgezet.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon van €9.800, wettelijke verhoging, vakantiebijslag en buitengerechtelijke incassokosten. De tegenvordering van de werkgever werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever is veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon, wettelijke verhoging, vakantiebijslag en incassokosten; loonsverlaging en stopzetting loondoorbetaling waren onrechtmatig.