ECLI:NL:RBMNE:2013:CA2738
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning seksinrichting wegens aanwijzingen van mensenhandel en onvoldoende toezicht
Verzoekster exploiteerde een seksinrichting waarvoor de gemeente Utrecht de exploitatievergunning heeft ingetrokken wegens aanwijzingen van mensenhandel en onvoldoende toezicht. De intrekking volgde op een bestuurlijke rapportage van de politie en een aanvullend proces-verbaal uit een strafrechtelijk onderzoek.
Verzoekster voerde aan dat de rapportage onvolledig en onbetrouwbaar was en dat zij niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor gedragingen van derden buiten haar invloedsfeer. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestuursorgaan mocht afgaan op de op ambtseed opgemaakte rapportage en dat de exploitant verantwoordelijk blijft voor toezicht, ook als dit deels is uitbesteed aan een stichting.
De feiten toonden aan dat personen van slecht levensgedrag betrokken waren bij de stichting en andere seksinrichtingen waar verzoekster beheerder was, en dat er aanwijzingen waren van mensenhandel binnen de inrichting. Het gevaar voor de openbare orde en het belang van het tegengaan van mensenhandel rechtvaardigden de intrekking. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het spoedeisend belang onvoldoende was om de intrekking te schorsen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af en bevestigt de intrekking van de exploitatievergunning wegens aanwijzingen van mensenhandel en onvoldoende toezicht.