ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3536
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking standplaatsvergunning wegens vermeende onrechtmatige terbeschikkingstelling aan derde
Verweerder heeft de standplaatsvergunning van verzoeker ingetrokken omdat hij zijn standplaats in strijd met het Marktreglement aan een ander zou hebben gegeven. Dit besluit is gebaseerd op eerdere rechtmatige schorsing en dezelfde feiten, maar verzoeker betwist deze feiten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder het bewijs moet vergaren en verzoeker in de gelegenheid had moeten stellen zijn zienswijze te geven. De intrekking is onvoldoende gemotiveerd en het standpunt van verweerder steunt op indrukken en onvoldoende onderbouwde aannames.
De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het primaire besluit tot zes weken na bezwaar en veroordeelt verweerder in de proceskosten. De intrekking is naar verwachting niet rechtmatig en het voortbestaan van verzoekers onderneming staat op het spel.
Uitkomst: De intrekking van de standplaatsvergunning wordt geschorst wegens onvoldoende motivering en betwisting van de feiten.