Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd die aanvankelijk werd afgewezen, maar later toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80 procent. Eiser betwistte de beoordeling van zijn beperkingen en het opleggen van een loonsanctie aan zijn werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig en concludent waren en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze onjuist waren. Ook werd de door eiser gevolgde mts-opleiding terecht ingedeeld op opleidingsniveau 5. De functies die in het arbeidskundig onderzoek waren geduid, werden passend geacht.
Ten aanzien van de loonsanctie stelde de rechtbank vast dat eiser deze aanvraag te laat had ingediend, waardoor verweerder niet verplicht was deze toe te kennen. Het bestreden besluit berustte op een onjuiste motivering door inhoudelijk op de aanvraag in te gaan. De rechtbank vernietigde dat deel van het besluit, handhaafde de rechtsgevolgen en veroordeelde verweerder in de proceskosten en griffierecht.