Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- griffierecht € 77,00
- salaris gemachtigde €
400,00(2 punten x tarief € 200,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer, sinds 1999 in dienst bij de Raad voor Rechtsbijstand, werd ontslagen op staande voet wegens het bezoeken van pornografische websites en het versturen en ontvangen van aanstootgevende e-mails via de zakelijke computer en e-mailaccount. De Raad stelde dat dit gedrag een dringende reden vormde voor ontslag.
De kantonrechter stelde vast dat de Raad als publiekrechtelijk lichaam het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) niet rechtstreeks toepast, maar dat artikel 6 BBA Pro en daarmee ook artikel 9 BBA Pro van toepassing zijn via de arbeidsovereenkomst. Het ontslag was onverwijld gegeven, gelet op het onderzoek en de gegeven bedenktijd.
Echter, het privégebruik van internet en e-mail tijdens werktijd is binnen zekere grenzen toegestaan. Het enkele feit van privé e-mails en bezoeken aan pornografische sites was onvoldoende voor ontslag op staande voet, zeker omdat het sanctiebeleid niet duidelijk maakte dat dit gedrag tot ontslag zou leiden. Ook het lange dienstverband, het ontbreken van waarschuwingen en het goede functioneren speelden mee.
De kantonrechter oordeelde dat geen dringende reden bestond en dat het ontslag niet rechtsgeldig was. De Raad werd veroordeeld tot loondoorbetaling vanaf 25 februari 2014, inclusief wettelijke rente en een gemaximeerde wettelijke verhoging. Wedertewerkstelling werd afgewezen wegens vertrouwensbreuk.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig, de werknemer krijgt loondoorbetaling en proceskosten toegekend.