Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer en het voorwaardelijk tegenverzoek van [verweerster]
5.De beoordeling
het verzoek in de hoofdzaak
“dat er de afgelopen maanden wat dingen zijn gebeurd die echt niet door de beugel konden. Je weet wat ik bedoel, en daarvoor heb je een officiële waarschuwing gekregen. Het was kantje boord dat je verder werkzaam mocht zijn in de praktijk.”[verweerster] heeft daarbij gewezen op twee verklaringen van collega’s over incidenten met [verzoekster] op 13 februari 2019 en op 9 mei 2019, waarbij sprake is van uitschelden en/of een dreigende lichaamshouding door [verzoekster] .