Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
De rechtbank zal daarom in dit vonnis haar (voorlopig) oordeel geven over het bewijs van de aan verdachte ten laste gelegde feiten en hetgeen zij bewezen acht, en daarna het onderzoek heropenen teneinde zich nader voor te laten lichten over de mogelijke strafmodaliteiten.
4.Waardering van het bewijs
Voor het geval de rechtbank de verklaring van [slachtoffer 2] toch voor het bewijs wil gebruiken, doet de raadsman het voorwaardelijke verzoek om [slachtoffer 2] als getuige te horen, om onderdelen van haar verklaring op betrouwbaarheid te onderzoeken.
- Ten aanzien van feit 4 (afpersing, diefstal met geweld):Er is geen bewijs voor afpersing, nu er geen sprake is van afpersingsmiddelen en aangever heeft verklaard dat verdachte zelf de telefoon pakte. Er is ook geen bewijs voor bedreiging met geweld, nu aangever de enige is die heeft verklaard dat verdachte iets heeft geroepen. Er is hooguit sprake van diefstal van de telefoon, al bestaat er twijfel over de opzet en over de gang van zaken.
- Ten aanzien van feit 3 (winkeldiefstal) heeft de raadsman geen verweer gevoerd.
Zij kreeg dan een klap op haar hoofd of een stomp of een trap. Het is een paar keer geweest dat het heel heftig was. [8] Zij hield aan de mishandelingen altijd blauwe plekken over. [9]
. [36]
.Ook vinden haar verklaringen op redengevende punten steun in de overige bewijsmiddelen.
Het door de verdediging gevoerde verweer dat de wederrechtelijkheid aan de vrijheidsberoving zou ontbreken, wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Beslissing
binnen een termijn van 6 weken vanaf datum vonnisover de mogelijkheden tot het opleggen van een pij-maatregel en een voorwaardelijke pij-maatregel te rapporteren.