Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van Portaal.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser had een huurovereenkomst met Portaal die door de kantonrechter was ontbonden wegens niet-bewoning van de woning. De ontruiming was gepland op 20 augustus 2014. Eiser vorderde in kort geding een verbod op ontruiming totdat hoger beroep was beslist of totdat een maand was verstreken na 14 augustus 2014, stellende dat het vonnis juridische en feitelijke fouten bevatte en dat ontruiming misbruik van recht zou zijn.
Portaal voerde aan dat de kantonrechter niet bevoegd was, maar de kantonrechter oordeelde dat hij wel bevoegd is op grond van een ruime uitleg van artikel 438 lid 2 Rv Pro, mede gelet op de integratie van kantonrechters in rechtbanken en de praktische efficiëntie.
De kantonrechter stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het vonnis op juridische of feitelijke misslagen berustte. Eiser had niet kunnen aantonen dat nieuwe getuigenverklaringen niet eerder ingebracht konden worden en het woonbelang van de zoon was niet relevant omdat hij geen huurder was. Ook was geen sprake van misbruik van recht of onaanvaardbare tenuitvoerlegging.
Daarom wees de kantonrechter de vorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten van Portaal.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd en wijst de vorderingen van eiser af, met veroordeling in proceskosten.