ECLI:NL:RBMNE:2014:3899
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstandsuitkering met afwijzing schadevergoeding immateriële schade
Eiseres ontving een bijstandsuitkering met een toeslag van 20%, welke door verweerder per 1 november 2012 werd herzien naar 10% toeslag, omdat zij kosten kon delen met haar zoon die een hoger inkomen had. Tevens werd het recht op bijstand ingetrokken per 1 december 2012 vanwege hogere inkomsten. Eiseres voerde aan dat zij op basis van telefonische toezeggingen mocht vertrouwen dat herziening niet zou plaatsvinden, maar de rechtbank oordeelde dat deze toezeggingen niet ondubbelzinnig waren en het vertrouwensbeginsel niet slaagt.
Verweerder heeft de herziening toegepast om een met de wet strijdige situatie te corrigeren. Het financiële belang van eiseres was inmiddels vervallen doordat verweerder afzag van terugvordering. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens psychisch onbehagen door de terugvordering werd afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk maakte dat sprake was van ernstig geestelijk letsel conform de vereisten van artikel 6:106 BW Pro.
Daarnaast vernietigde de rechtbank het besluit tot verrekening van vakantiegeld, veroordeelde verweerder tot vergoeding van wettelijke rente over het vakantiegeld en tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiseres. Het beroep tegen het bestreden besluit I werd ongegrond verklaard, tegen bestreden besluit II niet-ontvankelijk, en tegen het besluit van 7 mei 2014 ongegrond.
De uitspraak bevestigt dat herziening en intrekking van bijstandsuitkeringen mogelijk zijn bij onjuiste toeslagen en dat het vertrouwensbeginsel strenge eisen kent. Tevens benadrukt de rechtbank de hoge drempel voor toekenning van immateriële schadevergoeding bij bestuursrechtelijke besluiten.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.