Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 12 februari 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 9 juli 2014.
158,750
3.Het geschil
in conventie
- betaling aan Vebu Holding van € 97.474,27, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW), althans de wettelijke rente (artikel 6:119 BW Pro) over € 93.750,- vanaf 1 oktober 2013 tot aan de dag van algehele voldoening,
- vergoeding van de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de 14e dag na de datum van het vonnis tot de dag van algehele voldoening.
- de ten laste van [gedaagden] gelegde beslagen opheft
- Vebu c.s. hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de schade die [gedaagden] hebben geleden als gevolg van de door hen gelegde conservatoire beslagen, nader op te maken bij staat
- Vebu c.s. hoofdelijk veroordeelt in de kosten van deze procedure.
4.De beoordeling
2.842,00(2,0 punten × tarief € 1.421,00)