In deze civiele procedure staat de ontvlechting van twee vennootschappen centraal, waarbij partijen op 13 februari 2008 afspraken maakten over de overdracht van aandelen en een betaling van €185.000 door de gedaagde aan de eiseres. Hoewel partijen nog niet over alle fiscale en andere aspecten overeenstemming hadden bereikt, was de betalingsverplichting niet afhankelijk van volledige wilsovereenstemming.
De gedaagde is niet tijdig aan haar betalingsverplichting voldaan, waarna de eiseres de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden. De rechtbank oordeelt dat de ontbinding slechts gedeeltelijk is, waarbij de betalingsverplichting is komen te vervallen, maar de schade als gevolg van de tekortkoming gelijk is aan het bedrag van €185.000.
De rechtbank wijst de vordering van de eiseres toe tot vergoeding van deze schade, vermeerderd met wettelijke rente, en veroordeelt de gedaagde tevens in de proceskosten. De verplichting tot ontvlechting van de vennootschappen blijft bestaan, en de vordering tot betaling van het bedrag wordt gegrond verklaard ondanks het ontbreken van volledige fiscale overeenstemming.