Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht stelde bij het Openstellingsbesluit van 4 oktober 2011 subsidieplafonds, aanvraagperioden en tarieven vast voor diverse subsidieregelingen voor het begrotingsjaar 2012. Eisers maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. Eisers stelden vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde zich eerst de vraag of het Openstellingsbesluit een besluit is waartegen bezwaar en beroep openstaan. Op basis van een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 juni 2014 werd geoordeeld dat het Openstellingsbesluit moet worden aangemerkt als een algemeen verbindend voorschrift, namelijk de vaststelling van zelfstandige normen gericht tot aanvragers en ontvangers van subsidie.
Omdat op grond van de Awb geen bezwaar en beroep openstaan tegen algemeen verbindende voorschriften, had verweerder de bezwaren van eisers niet-ontvankelijk moeten verklaren. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en verklaarde de bezwaren alsnog niet-ontvankelijk. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan eisers vergoed.