Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
waarvan thans geoordeeld dient te worden dat sprake is van persoonlijke vooringenomenheid van mr. Wachter jegens verzoekers. Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de bij verzoekers dienaangaande bestaande vrees dat mr. Wachter jegens hem een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is.