Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 juni 2013
- het vonnis van 31 juli 2013 met een beslissing op het verzoek tot openstelling van tussentijds appel en tot verbetering van het tussenvonnis
- de akte van [eiser] van 11 september 2013
- de akte van Tiscali van 6 november 2013
- de akte van [eiser] van 4 december 2013
- de akte van Tiscali van 12 februari 2014.
2.De verdere beoordeling
- de aan het Internationaal Juridisch Instituut te stellen vragen,
- de rente die hij zonder wanprestatie van Tiscali over de hoofdsom op de escrowrekening zou hebben ontvangen van 22 augustus 2006 tot en met 5 april 2007,
- de mogelijkheid om schriftelijk bewijs te leveren van zijn stelling dat hij zich in de hoogste belastingschaal bevindt.
op de aparte escrowrekeningzou hebben ontvangen. Nu deze verduidelijking voor de verdere beoordeling niet relevant is, ziet de rechtbank geen aanleiding om op de inhoud van overweging 4.27 terug te komen.
risicodat de Engelse belastingdienst de ingevoerde rente
nietals inkomen zou beschouwen, en tot belastingheffing zou overgaan. Volgens Franks (de door [eiser] ingeschakelde deskundige) is dat risico zeker aanwezig, omdat de kwalificatie van het ingevoerde bedrag als “inkomen” afhangt van de feiten van het specifieke geval en de Engelse belastingdienst zoveel mogelijk zal proberen om tot belastingheffing over te gaan. Volgens Bird&Bird LLP (de deskundige van Tiscali) is dat risico niet aanwezig, aangezien volgens haar de Engelse belastingdienst het vermoeden hanteert dat ingevoerde gelden die afkomstig zijn uit een ‘mixed fund’, volledig bestaan uit inkomen, tenzij zij bewijs heeft van het tegendeel.
- dat vermoeden is aangenomen met als reden dat geen redelijk handelend persoon vermogen aanwendt voor het doen van investeringen (in Engeland), als hij inkomen tot zijn beschikking heeft dat nog niet is geïnvesteerd, en
- is bepaald dat het vaststellen van de aard van een ingevoerd bedrag moet plaatsvinden op basis van de feiten, zo nodig met het achterhalen van die feiten en/of het afleiden van onbekende feiten uit wel bestaande feiten.
3.De beslissing
Bv. het risico dat de gelaedeerde kosten voor professionele bijstand moet maken om het intreden van die schade te voorkomen, en het risico dat - ondanks het maken van die kosten - de schade alsnog intreedt of zelfs groter wordt.
Bv. het nadeel dat de gelaedeerde volledige openheid aan de Engelse belastingdienst moet geven met als (mogelijk) gevolg stress en verlies van tijd en privacy.
Zo ja, hoe groot moeten die risico’s/nadelen zijn om invloed te kunnen hebben op het bestaan van causaal verband?