ECLI:NL:RBMNE:2014:5047
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs discriminatie bij toegang horecagelegenheid
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van discriminatie door het weigeren van toegang tot een horecagelegenheid aan een bezoeker van Surinaamse afkomst. De officier van justitie stelde dat verdachte en anderen een beleid voerden waarbij mensen met een donkere huidskleur of allochtone afkomst vaker werden geweigerd.
Tijdens de terechtzitting bleek dat de weigering van toegang door een portier werd gemotiveerd met het ontbreken van een vaste klantrelatie, en getuigen konden niet bevestigen dat discriminatie de reden was. Het vermeende beleid om een bepaald percentage allochtonen toe te laten werd besproken, maar er was onvoldoende bewijs dat dit beleid discriminerend was.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van bewijs betekende dat niet kon worden vastgesteld dat sprake was van discriminatie op grond van ras. Het streven naar een evenwichtige publieksmix werd niet als discriminerend beschouwd. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn schadevordering omdat verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van discriminatie bij toegang tot horecagelegenheid.