ECLI:NL:RBMNE:2014:5048
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs discriminatie bij toegang horecagelegenheid
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van discriminatie door een bezoeker de toegang tot een discotheek te weigeren op grond van diens allochtone afkomst. De officier van justitie stelde dat uit getuigenverklaringen bleek dat een beleid bestond om een bepaald percentage allochtonen toe te laten, wat discriminatie zou betekenen.
De verdediging betoogde dat verdachte integraal vrijgesproken moest worden. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om het ten laste gelegde bewezen te verklaren. Hoewel de toegang werd geweigerd, was de reden volgens verdachte dat de bezoeker geen vaste klant was. Er was geen sluitend bewijs dat de weigering op grond van ras was.
De rechtbank overwoog dat het streven naar een evenwichtige mix van bezoekers niet per definitie discriminerend is, tenzij een groep geheel of in mindere mate wordt toegelaten. Het dossier bevatte slechts één concrete gebeurtenis, en geen stelselmatig onderzoek naar discriminerend beleid. Daarom werd verdachte vrijgesproken en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in zijn schadevordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van discriminatie bij toegang tot horecagelegenheid.