ECLI:NL:RBMNE:2014:5180
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens fictieve opzegtermijn van vier maanden
Eiser was sinds 1978 werkzaam bij ABN Amro bank, met een periode van outsourcing naar Stater XXL BV tussen 2011 en 2013, waarna hij terugkeerde naar ABN Amro bank met een nieuwe arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2013. Deze overeenkomst stelde dat eerdere dienstjaren meetellen voor arbeidsvoorwaarden die afhankelijk zijn van de duur van het dienstverband.
Eiser vroeg op 4 november 2013 een WW-uitkering aan, welke werd afgewezen door verweerder vanwege een fictieve opzegtermijn van vier maanden, gebaseerd op een dienstverband van meer dan 15 jaar conform artikel 7:672 BW Pro. Eiser betoogde dat alleen de laatste arbeidsovereenkomst van vier maanden relevant was en dat de vergoeding een WW-plusregeling betrof.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidsovereenkomst expliciet de eerdere dienstjaren meerekent voor de opzegtermijn en dat de wettelijke opzegtermijn van vier maanden terecht is toegepast. Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen omdat een eerdere fout in een vergelijkbare zaak niet herhaald hoeft te worden.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de WW-uitkering gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WW-uitkering op grond van een fictieve opzegtermijn van vier maanden wordt ongegrond verklaard.