RVC verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar commercieel directeur wegens disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie. De directeur was sinds 2001 in dienst en was verantwoordelijk voor de salesafdeling, maar er ontstond kritiek op zijn functioneren, onder meer op het gebied van leidinggeven, kennis van producten en concurrentie, en kwaliteit van offertes. Ondanks functioneringsgesprekken en mediation verbeterde de situatie niet, wat leidde tot een vertrouwensbreuk.
De directeur stelde dat hij niet adequaat was begeleid met een verbetertraject en dat het geschil over de bonus, dat hij aan de rechter voorlegde, mede oorzaak was van de verslechterde relatie. Hij voerde aan dat hij primair verantwoordelijk was voor omzetgroei en dat de kritiek onvoldoende concreet was onderbouwd. Ook wees hij op het ontbreken van een functiebeschrijving en dat zijn bonus een substantieel deel van zijn inkomen uitmaakte.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsrelatie inderdaad zodanig was verstoord dat ontbinding gerechtvaardigd was, met ingang van 1 december 2014. De kritiek van RVC was onvoldoende concreet en het geschil over de bonus had de verhoudingen onnodig verscherpt. De kantonrechter kende een ontbindingsvergoeding toe van €192.500 bruto, waarbij rekening werd gehouden met een bonusbedrag van €6.000 bruto per maand als uitgangspunt. De procedurekosten werden verdeeld en de directeur kreeg een proceskostenvergoeding van €400 toegewezen.