ECLI:NL:RBMNE:2014:6414
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting dienstverband en opzegtermijn voor WW-uitkering
Eiser was van 1985 tot 2014 werkzaam bij achtereenvolgens Fortis Bank, IBM en ABN AMRO. Na ondertekening van een beëindigingsovereenkomst per 1 maart 2014 met ABN AMRO, weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een WW-uitkering tot 1 juni 2014 toe te kennen vanwege een vermeende voortzetting van het dienstverband met een wettelijke opzegtermijn van vier maanden.
Eiser stelde dat het dienstverband met ABN AMRO nieuw was en dat de opzegtermijn niet verlengd mocht worden, onder meer omdat hij buiten rechte de arbeidsovereenkomst vernietigde wegens dwaling. De rechtbank stelde vast dat in de arbeidsovereenkomst met ABN AMRO expliciet was opgenomen dat het dienstverband werd voortgezet vanaf 1985, wat een langere opzegtermijn rechtvaardigt.
De rechtbank verwierp het beroep op dwaling omdat de vernietiging niet kenbaar was gemaakt aan ABN AMRO en oordeelde dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat niet was vastgesteld dat vergelijkbare gevallen bestonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van UWV is ongegrond verklaard en de opzegtermijn van vier maanden blijft van toepassing.