ECLI:NL:RBMNE:2014:6758
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering loonschadevergoeding wegens niet tijdig opleggen loonsanctie aan werkgever
Eiseres vorderde schadevergoeding van het UWV wegens het niet tijdig opleggen van een loonsanctie aan haar werkgever, waardoor zij mogelijk loonschade zou hebben geleden. Het UWV had een loonsanctie opgelegd die later werd herroepen vanwege te late oplegging, waarna eiseres een loongerelateerde uitkering (LGU) ontving.
De rechtbank stelde vast dat het UWV onrechtmatig had gehandeld door niet tijdig een loonsanctie op te leggen, maar dat dit niet automatisch betekent dat eiseres schade had geleden. De door het UWV gehanteerde beleidslijn houdt in dat er geen schadevergoeding wordt toegekend als de LGU hoger is dan het loon dat zij via de loonsanctie zou hebben ontvangen.
Eiseres stelde een schade van ruim €29.000,-, gebaseerd op het verschil tussen het loon en de LGU, maar het UWV toonde aan dat de LGU gedurende de relevante periode hoger was dan 70% van het loon. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en oordeelde dat de beleidslijn van het UWV binnen redelijke grenzen valt.
De rechtbank wees het beroep af omdat niet vaststond dat eiseres daadwerkelijk schade had geleden, noch in welke omvang. De procedurekosten werden niet toegewezen. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 4 december 2014.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat niet is gebleken dat zij loonschade heeft geleden.