ECLI:NL:RBMNE:2014:692
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering kindgebonden budget wegens strijd met EVRM
Eiseres had een aanvraag voor een kindgebonden budget voor 2011 ingediend, welke door de Belastingdienst werd afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State werd het eerdere vonnis vernietigd en de zaak terugverwezen. Bij een nieuw besluit van 27 februari 2013 werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard, waarna eiseres opnieuw beroep instelde.
De rechtbank hield een zitting op 12 september 2013, waarbij verweerder niet verscheen. Na een tussenuitspraak waarin verweerder de gelegenheid kreeg het besluit te motiveren, werd de motivering aangevuld. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom het besluit niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro in samenhang met artikel 14 EVRM Pro, waarbij werd benadrukt dat het kindgebonden budget geen bestaansminimum garandeert en eiseres reeds een uitkering ontvangt.
De rechtbank vond dat de omstandigheden van eiseres niet zodanig bijzonder zijn dat het besluit buiten toepassing moet worden gelaten. Gezien het gebrek in de besluitvorming werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.