De rechtbank Midden-Nederland heeft op 30 december 2014 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van het telen van hennep en diefstal van elektriciteit ten behoeve van een hennepplantage. Tijdens de zitting op 16 december 2014 heeft verdachte zich laten bijstaan door een advocaat en is het bewijs en de standpunten van partijen besproken.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte vanaf februari 2013 tot april 2014 samen met anderen ongeveer 195 hennepplanten teelde en aanwezig had in een woning te Utrecht. Verdachte stelde haar zolder ter beschikking, ontving geld per oogst en verrichtte hand- en spandiensten zoals het controleren van de planten. De verklaring van verdachte werd betrouwbaar geacht omdat zij spontaan verklaarde zonder sturende vragen.
De tenlastelegging van diefstal van elektriciteit kon de rechtbank niet wettig en overtuigend bewijzen. Er waren onvoldoende aanknopingspunten dat verdachte op de hoogte was van de stroomdiefstal, mede omdat de energierekening niet verhoogd was en de periode van vijf oogsten niet lang genoeg was om dit te concluderen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 100 uur, te vervangen door 50 dagen hechtenis bij niet-nakoming. Een voorwaardelijke gevangenisstraf werd niet opgelegd. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie, die ook een voorwaardelijke gevangenisstraf had geëist.
De uitspraak benadrukt dat het telen van hennep een strafbaar feit is dat maatschappelijke schade veroorzaakt en dat verdachte uit winstbejag handelde. Verdachte had geen strafblad voor soortgelijke feiten.