Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoeker]
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. R.C.H.M. Lips en de wrakingskamer van de rechtbank Midden-Nederland, stellende dat de wrakingskamer partijdig zou zijn vanwege eerdere afwijzingen van zijn wrakingsverzoeken en procedurele bezwaren.
De wrakingskamer behandelde het verzoek zonder zitting wegens kennelijke ongegrondheid. De rechtbank oordeelde dat de vermeende vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd was, mede omdat de rechters vermoed worden onpartijdig te zijn en eerdere betrokkenheid bij wrakingszaken geen reden is voor wraking.
Verzoekers klachten over het ontbreken van een proces-verbaal, het verbod op geluidsopnamen en de samenstelling van de wrakingskamer werden inhoudelijk verworpen. De rechtbank benadrukte dat het maken van geluidsopnamen een procedurele beslissing betreft en dat er binnen de rechtbank geen afdeling belastingrecht bestaat.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat verzoeker door het herhaaldelijk indienen van wrakingsverzoeken de voortgang van de hoofdzaak belemmert en bepaalde dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker niet in behandeling worden genomen.
De beslissing werd uitgesproken door de wrakingskamer op 19 februari 2015 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt ongegrond verklaard en toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker worden niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.