AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor handel en bezit van aanzienlijke hoeveelheden soft- en harddrugs
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 12 februari 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het bezit en de handel in zowel soft- als harddrugs. De bewezenverklaring omvatte het verkopen en aanwezig hebben van hennep, amfetamine en MDMA in aanzienlijke hoeveelheden, verspreid over de periode van oktober 2012 tot oktober 2014.
Het bewijs bestond uit verklaringen van getuigen, waaronder een gebruiker die regelmatig bij verdachte drugs kocht, en deskundigenrapporten van het Nederlands Forensisch Instituut die de aanwezigheid van amfetamine en MDMA bevestigden. De verdediging voerde onder meer aan dat er sprake was van onrechtmatige observatie en dat niet alles in de woning van verdachte aan hem toebehoorde, maar deze verweren werden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank achtte de handel en het bezit van drugs bewezen en strafbaar volgens de Opiumwet. Gelet op de ernst van de feiten, de grote hoeveelheden en de langdurige periode, alsmede de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een psychologisch rapport dat verminderd toerekeningsvatbaarheid adviseerde, legde de rechtbank een gevangenisstraf op van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldplicht en behandeling bij een forensische psychiatrische instelling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, voor handel en bezit van soft- en harddrugs.
Voetnoten
1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0900 2014094658 (A en B) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 408). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam], d.d. 19 oktober 2014, p. 368.
3.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam], d.d. 19 oktober 2014, p. 369.
4.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam], d.d. 19 oktober 2014, p. 370.
5.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 januari 2015.
6.Pagina 17 tot en met 39.
7.Pagina 305 tot en met 315.
8.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], d.d. 11 juli 2014, p. 68.
9.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris van 15 januari 2015.
10.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 januari 2015.
11.Feit van algemene bekendheid.
12.Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, d.d. 20 oktober 2014, p. 17.
13.Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, d.d. 22 oktober 2014, p. 305.
14.Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, d.d. 22 oktober 2014, p. 307.
15.Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 11 november 2014, p. 316.
16.Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, d.d. 27 oktober 2014, p. 320.
17.Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, d.d. 27 oktober 2014, p. 322.
18.Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, d.d. 27 oktober 2014, p. 325.
19.Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 7 november 2014, p. 327.
20.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 januari 2015.
21.Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, d.d. 20 oktober 2014, p. 17.
22.Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, d.d. 27 oktober 2014, p. 321.
23.Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 7 november 2014, p. 327.
24.Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 21 oktober 2014, p. 352.