ECLI:NL:RBMNE:2015:1288
Rechtbank Midden-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na oplichting en medeplegen poging tot oplichting
In deze strafzaak is veroordeelde veroordeeld voor oplichting en medeplegen van poging tot oplichting in de periode van januari 2012 tot december 2012. De officier van justitie vordert ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij een kasopstelling is gehanteerd om het voordeel te berekenen.
De verdediging betwist onder meer het beginsaldo en de toerekening van diverse uitgaven, waaronder investeringen in een bedrijf, contante stortingen, uitgaven aan voertuigen, prostituees en cocaïne. De rechtbank acht het beginsaldo op 1 januari 2007 echter op nul, gelet op de onwaarschijnlijkheid van contante bewaring van grote bedragen en de onduidelijkheid rond de leningsovereenkomst.
De rechtbank acht aannemelijk dat veroordeelde geld heeft geïnvesteerd in een bedrijf, dat hij de feitelijke eigenaar was van een Mercedes E350 CGI, en dat hij uitgaven deed aan prostituees en cocaïne. De kasopstelling leidt tot een verschil van meer uitgaven dan legaal mogelijk, dat na correcties wordt vastgesteld op €466.019,22.
De rechtbank wijst het wederrechtelijk verkregen voordeel ponds-ponds toe aan veroordeelde en zijn partner, ieder voor de helft, en legt veroordeelde op €233.009,61 aan de Staat te betalen.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €466.019,22 en legt veroordeelde een betalingsverplichting van €233.009,61 op.