Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
(met uitzondering van het afstortpunt Zevenwouden te Utrecht, zie hieronder onder de bewijsoverwegingen); [10]
nietworden gezegd dat verdachte het opzet had die bedragen voor zichzelf te gebruiken en zich die bedragen dus
opzettelijkwederrechtelijk heeft toegeëigend, bijvoorbeeld in die zin dat hij die bedragen eerst ten eigen nutte heeft aangewend/uitgegeven en pas daarna heeft terugbetaald.
opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend. Deze conclusie wordt ondersteund door de verklaring van verdachte ter zitting, inhoudende dat hij, als hij in geldnood verkeerde, gelden van de SSU aanwendde om eigen schulden/rekeningen te betalen en dat hij deze gelden pas (gedeeltelijk) terugbetaalde als zijn financiële positie daarvoor ruimte bood.
tenminsteheeft verduisterd.
€ 64.193,85.De rechtbank verwerpt ten aanzien van het bedrag van € 400,-- de stelling van verdachte dat hij van dit geld goederen voor de SSU heeft gekocht, nu dit niet aannemelijk is geworden. De rechtbank wijst er hierbij op dat uit de bankafschriften van de rekening van de SSU volgt dat verdachte andere aankopen ten behoeve van de SSU met bankpas van SSU heeft gepind en dus niet op de door verdachte genoemde wijze ten aanzien van het bedrag van € 400,00.
€ 37.952,76heeft overgemaakt van zijn bankrekeningen naar de bankrekening van de SSU.
tenminste
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 5.134,01(€ 26.241,06 - € 21.107,05 (het reeds door verdachte aan de SSU terugbetaalde bedrag)) aan de SSU is verschuldigd. Het ontstaan van deze schuld is een rechtstreeks gevolg van het strafrechtelijk handelen van verdachte. Daarom zal dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2013 tot en met de dag der algehele voldoening, worden toegewezen. In het restant van de vordering wordt de SSU niet ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan de SSU bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
- een
taakstraf, bestaande deze straf uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van 120 dagen indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht en
een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
SSUvan
€ 5.134,01ter zake van materiële schade en het totale bedrag vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
SSU € 5.134,01te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening bij niet betaling te vervangen door 60 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;