Uitspraak
RECHTBANK Utrecht
[veroordeelde],
De behandeling ter terechtzitting
De beoordeling
Toepasselijke artikelen
Beslissing
onbevoegdis kennis te nemen van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde die eerder in Spanje en Nederland tot gevangenisstraf is veroordeeld. De voorwaardelijke invrijheidstelling was verleend en ingegaan in april 2014. De officier van justitie vorderde in augustus 2014 de herroeping wegens niet-naleving van de voorwaarden.
De behandeling vond plaats op 8 januari 2015, waarbij de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsman en een deskundige van GGZ Victas aanwezig waren. De raadsman stelde primair dat de rechtbank Midden-Nederland onbevoegd was, verwijzend naar artikel 15i, vierde lid, Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 15i, vierde lid, Wetboek van Strafrecht, de rechtbank die het verlof tot tenuitvoerlegging van het buitenlandse vonnis heeft verleend of de rechtbank in het arrondissement waar de straf wordt uitgevoerd bevoegd is. Omdat geen verlofbeslissing was genomen en de straf in de Penitentiaire Inrichting Ooyerhoek te Zutphen (arrondissement Gelderland) wordt uitgevoerd, is de rechtbank Gelderland bevoegd.
Daarom verklaarde de rechtbank Midden-Nederland zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Uitkomst: De rechtbank Midden-Nederland verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.