ECLI:NL:RBMNE:2015:2025
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging moord en mishandeling wegens slaapstoornis
Op 24 maart 2014 werd verdachte beschuldigd van poging moord, doodslag en zware mishandeling van zijn broertje door hem met een mes in het hoofd en de borst te steken. De rechtbank heeft het onderzoek verricht met meerdere zittingen en heeft daarbij verklaringen van het slachtoffer, de vader van verdachte en deskundigen betrokken.
De rechtbank stelde vast dat verdachte het slachtoffer met een mes had gesneden, maar het letsel was beperkt en kon worden gelijmd. Er was geen overtuigend bewijs voor poging moord of zware mishandeling. Uit medisch onderzoek bleek dat verdachte leed aan een parasomnie, een slaapstoornis waarbij slaapwandelen en automatische handelingen kunnen optreden zonder bewustzijn.
Deskundigen adviseerden verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren als de rechtbank het scenario van slaapwandelen aannemelijk achtte. De rechtbank concludeerde dat verdachte waarschijnlijk tijdens een confusional arousal, een verwarde ontwaking, handelde en daardoor geen opzet had. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Daarnaast werd de teruggave van in beslag genomen voorwerpen, waaronder een mes, een korte broek en een T-shirt, aan de rechthebbenden gelast omdat deze niet vatbaar waren voor verbeurdverklaring. De uitspraak vond plaats op 24 maart 2015 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens ontoerekeningsvatbaarheid door een slaapstoornis.