Conclusie
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 27 augustus 2020. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
verdachteniet nummer PL1300-2020064892-6, inhoudende als verklaring van de verdachte - voor zover relevant - (zie p. 107-108):
verklaring van [aangeefster]:
[…]
6. Ambtsedig proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2020064892-13, van 30 maart 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Amsterdam, District Amsterdam-West, Districtsrecherche Amsterdam-West (pagina 46). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 maart 2020 tegenover verbalisant afgelegde
verklaring van [betrokkene 1]:
[…]
[…]
Dat er sprake kan zijn van een slaapstoornis die ten grondslag ligt aan het incident wordt tevens onderkend door psychiater W.H. Braam in de Pro Justitia rapportage van 25 juni 2020.
Voor het beantwoorden van de vragen in dit onderzoek is het op dit moment verder inzetten van neurologisch onderzoek niet direct noodzakelijk,maar verder neurologisch onderzoek wordt wel geadviseerd en dan met name neurologisch/somnologisch onderzoek(polysomnografie en EEG na slaapdeprivatie).”
Of er ten tijde van het tenlastegelegde sprake is geweest van een vorm van parasomnia is niet met honderd procent uit te sluiten of aan te tonen. De kans dat er sprake is geweest van parasomnia is echter zeer klein. Hij is niet bekend met slaapwandelen. Nooit eerder heeft dergelijk gedrag plaatsgevonden tijdens/direct na slapen en vooral is er sprake van erg complexe handelingen (uit bed gaan, naar de keuken lopen, een mes daar pakken, terug lopen naar moeder en daar stekende bewegingen maken in de richting van de ogen van het slachtoffer waarbij zij de steken moet afweren en zij in haar ene oog wordt gestoken waardoor zij permanent blind wordt). Bij een REM-related behavioural disorder (vorm van parasomnia) is het gedrag ten tijde van het tenlastegelegde te complex. Hierbij zie je stereotiep, zich herhalend eenvoudig gedrag over het algemeen. Bij non-REM parasomnia zie je over het algemeen ook ongericht slaapwandelen en is het beschreven gedrag ook te complex over het algemeen. Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat zijn gedrag vlak voor en ten tijde van het tenlastegelegde verklaard kan worden uit een vorm van parasomnia. Om e.e.a. verder te onderzoeken zou polysomnografïe verricht kunnen worden in combinatie met observatie van zijn gedrag.”
2014: Slotervaartziekenhuis afd. neurologie neuroloog Brandsma i.s.m. 'verstijven van lichaam'. Veder onderzoek zou zijn ingezet i.v.m. mogelijk gegeneraliseerde tonische epileptische aanvallen met frontale lokalisatie D.D. psychogeen en D.D. narcolepsie (EEG en na slaapdeprivatie en polysomnografie was afgesproken. Volgens moeder (gebeld op 5-6) is er wel eens een EEG gemaakt, maar is EEG na slaapdeprivatie en polysomnografie niet van de grond gekomen/verricht omdat betrokkene dit niet kon (nacht niet slapen en dan EEG laten maken en ook meewerken aan polysomnografie lukte hem niet)."
De avond voor het tenlastegelegde heeft ze samen met betrokkene films gekeken en ze gingen slapen. Moeder viel in slaap op de bank. Ze hoorde 's nachts een schreeuw en liep naar haar zoon toe, en merkte dat hij een nachtmerrie had. Ze vroeg hem of hij een glas water wilde, en hij reageerde daar eigenlijk niet op. Hij liep naar de keuken, en moeder ging naar het toilet. Toen ze van het toilet af kwam stond hij voor haar met een mes en stak daarmee in het oog van moeder. Ze had heftige pijn en het begon te bloeden en schreeuwde om hulp. Het duurde een tijd voordat iemand hulp bood. Later zou betrokkene hebben aangegeven dat hij met de buurvrouw aan het vechten was. Moeder heeft hem niet wakker gezien en kon geen contact met hem krijgen. Voor slaapwandelen (een vorm van parasomnia) zijn de handelingen die hij na het wakker worden verrichtte te complex en te gericht. Daar komt bij dat hij niet bekend is met slaapwandelen, alleen met nachtmerries."
"Als er al sprake is van parasomnia zou het eerder passen bij non-REM parasomnia en niet bij REM-related behavioural disorder. Aanvullend polysomnografisch onderzoek in combinatie met gedragsobservaties zou hiervoor verricht kunnen worden."
In 2002 is een verdachte vrijgesproken van poging moord, poging doodslag cq. zware mishandeling op grond van een slaapstoornis. In deze zaak concludeerde slaapdeskundige prof. dr. G.A. Kerkhof dat de mogelijkheid bestond dat de verdachte de gewelddadige handelingen heeft gepleegd in een staat van verlaagd bewustzijn cq. in een of meer fasen van slaap. "
Voorts acht hij de mogelijkheid dat de 'voorbereidende' handelingen als het pakken van een mes (...) zijn gepleegd in een staat van verlaagd bewustzijn cq. een of meer fasen van de slaap zeer reëel (...).”
"(...) de verdachte niet willens en wetens heeft gehandeld nu zij verkeerde in een toestand van diepe slaap waardoor van onbewustheid sprake was en dientengevolge van wilsgerichtheid ook geen sprake kan zijn.”
(...) aannemelijk geworden dat verdachte tijdens het tenlastegelegde in een slaaptoestand verkeerde, waarin zij - mogelijk als gevolg van een slaapstoornis of van de PTSS waaraan zij leed dan het uitleven van dromen - tot de agressieve handelingen is gekomen. Nu zij de handelingen in deze slaaptoestand heeft verricht ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank iedere schuld en kan het tenlastegelegde haar derhalve niet worden toegerekend."
In 2015 spreekt de rechtbank verdachte vrij van poging moord, poging doodslag cq. zware mishandeling en ook eenvoudige mishandeling, op grond van het feit dat slaapdeskundige dr. H.L. Hamburger concludeert: "
...) dat bij verdachte anamnestisch en bij onderzoek verschijnselen werden gezien die kunnen passen bij een parasomnie in de nonREMslaap, waarbij slaapwandelen en confusional arousals ten gevolge van anamnestisch chronische slaapdeprivatie kunnen optreden. (...) Het betreft een aandoening waarbij in de diepe slaap automatische handelingen kunnen worden verricht waarvoor een amnesie bestaat."
De deskundigen Hulshof en Beuk geven aan dat het ten laste gelegde hypothetisch gezien geheel gedurende de slaap van verdachte kan zijn gebeurd. Zij verwijzen naar een artikel (Violence in sleep, Brain, 2010, 133; 3494-3509) waarin referenties staan naar forensische zaken en waarin wordt benoemd dat agressie tijdens slaapwandelen kan optreden wanneer de slaapwandelaar tegen iemand oploopt of door deze wordt aangesproken.
2) Drs. S. Labrijn, psycholoog;
Bespreking gevoerd verweer