Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoekster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
verzoekster,
gemachtigde mr. B.L.A. van Drunen,
wonende te [woonplaats],
belanghebbende,
gemachtigde mr. A.A. Camonier.
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer, een medisch specialist, was sinds 2003 in dienst en had vanwege gezondheidsproblemen een aangepast takenpakket. Na een tijdelijke managementfunctie en terugkeer naar de vakgroep ontstonden ernstige samenwerkingsproblemen met collega’s, bevestigd door meerdere IMFS-beoordelingen en een extern onderzoek.
Ondanks pogingen tot overleg en uitnodigingen voor gesprekken, weigerde de werknemer adequaat te reageren en mediation te accepteren. De vakgroep stelde dat verdere samenwerking onmogelijk was en dat de situatie de patiëntveiligheid in gevaar bracht.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding dermate verstoord was dat ontbinding gerechtvaardigd was. De werknemer had het signaal van de vakgroep niet serieus genomen en de mediation geweigerd, wat de situatie verslechterde. De kantonrechter kende een billijke vergoeding van €73.000 bruto toe en gaf de werkgever de mogelijkheid het verzoek in te trekken.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 april 2015 met toekenning van een bruto vergoeding van €73.000 aan de werknemer.