Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Verloop van de procedure
2.Vaststaande feiten
[C], geboren op [2008].
Rechtbank Midden-Nederland
Het dagelijks bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) verzocht de rechtbank om vaststelling van een verhaalsbijdrage van verweerder voor de bijstand die sinds september 2013 aan zijn minderjarige kind en de alleenstaande ouder werd verstrekt. Verweerder had onvoldoende financiële gegevens verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken, waardoor de rechtbank uitging van een verhaalsbijdrage van €960 per maand vanaf 1 maart 2014.
Verweerder voerde aan dat hij geen draagkracht had, onderbouwde dit met een depressie en incidenteel werk in ondernemingen van zijn broer, maar leverde geen bewijsstukken. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende inzage gaf in zijn financiële situatie en daarom aannam dat hij de bijdrage kon voldoen.
De rechtbank hield rekening met het kindgebonden budget dat de alleenstaande ouder ontvangt, wat de behoefte van het kind vermindert. Voor de periode tot 1 januari 2015 werd het budget op €84,75 per maand vastgesteld, en vanaf die datum op €340 per maand. Hierdoor werd de verhaalsbijdrage aangepast naar €875,25 per maand tot 1 januari 2015 en €620 per maand daarna.
De rechtbank bepaalde dat verweerder de achterstand in verhaalsbijdrage vanaf 1 maart 2014 met €480 per maand moet aflossen en bij niet-betaling het volledige restant ineens verschuldigd is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verhaalsbijdrage vast op €875,25 per maand tot 1 januari 2015 en €620 per maand daarna, met een aflossingsregeling van €480 per maand.