Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.DE TENLASTELEGGING
3.DE VOORVRAGEN
(…) Ik draaide mij om en zag de persoon, die ik herken van het Leger des Heils en van de methadonkliniek (…) Ik ken de manspersoon als [verdachte]. (…) Ik zag dat [verdachte] zijn arm (…) naar achteren bracht en met kracht weer naar voren bracht. Ik voelde een brandende pijn bij mijn ogen, net boven mijn neusbrug. (…) Ik hoorde [verdachte] zeggen, met woorden gelijkend: En nu geef ik je een goede. Ik zag niets, maar voelde plots een dreun door mijn hele hoofd. Ik werd duizelig en dacht om te gaan vallen. Ik werd misselijk en kreeg hevige pijn aan mijn gezicht. (…) Ik weet dat het zwart voor mijn ogen werd. Ik voelde dat ik viel.” [2]