De werkneemster, sinds november 2014 arbeidsongeschikt, was werkzaam als secretaresse bij Welzijn Leusden, dat per 1 april 2015 fuseerde met Larikslaan2. Door reorganisatie verviel haar functie. Larikslaan2 verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van bedrijfseconomische noodzaak en organisatorische veranderingen.
De kantonrechter oordeelt dat het ontbindingsverzoek tijdens ziekte slechts toewijsbaar is bij bijzondere omstandigheden. Larikslaan2 heeft onvoldoende concrete financiële gegevens overlegd om de bedrijfseconomische noodzaak aannemelijk te maken. De organisatorische veranderingen zijn ingegeven door financiële motieven, waarvoor een gedegen onderbouwing vereist is.
Daarnaast heeft Larikslaan2 de werkneemster geen volwaardige kans gegeven om te solliciteren op een passende functie, mede doordat zij niet wachtte op haar beschikbaarheid na ziektegerelateerde opname en geen alternatieve mogelijkheden onderzocht. De toepassing van het afspiegelingsbeginsel is bovendien onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Daarom wijst de rechtbank het ontbindingsverzoek af en veroordeelt Larikslaan2 tot betaling van proceskosten aan de werkneemster.