Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Stichting Flora & Faunabescherming Weesp, te Weesp, verzoekster,
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
30 juni 2015.
Rechtbank Midden-Nederland
De Stichting Flora & Faunabescherming Weesp verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening tegen de ontheffing die aan Stichting Uiteraard Uitermeer was verleend voor werkzaamheden bij Fort Uitermeer te Weesp. Deze ontheffing betrof onder meer het verplaatsen van een parkeerplaats, aanleg van een sloepenhaven en verbouw van plofhuisjes. De voorzieningenrechter overwoog dat de voorlopige voorzieningenprocedure niet geschikt is voor een grondige beoordeling van de ecologische rapporten, waarvoor de bodemprocedure op 10 september gepland staat.
De werkzaamheden die op korte termijn zullen worden uitgevoerd, zoals het verbouwen van een plofhuisje tot cultuurhuis, het amoveren van een dak, het opruimen van puin en het verwijderen van een straatlamp, zijn van beperkte omvang en naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet schadelijk voor de beschermde diersoorten. De Stichting Uiteraard Uitermeer heeft bovendien toegezegd het puin pas na half september en onder toezicht van een ecoloog te verwijderen.
Verzoekster stelde dat de verleende ontheffing onterecht was en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar beschermde soorten. De voorzieningenrechter achtte het spoedeisend belang van verzoekster voldoende, maar vond geen aanleiding voor een voorlopige voorziening omdat het bestreden besluit niet zodanig gebrekkig was dat het niet in stand zou kunnen blijven en de belangen geen onomkeerbare schade zouden lijden.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en benadrukte dat de inhoudelijke beoordeling van de ontheffing zal plaatsvinden in de bodemprocedure. Er is geen reden voor een voorlopige maatregel tijdens de bezwaarprocedure, mede gezien de toezegging van verweerder om binnen zes weken na de zitting een besluit op bezwaar te nemen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verleende ontheffing Flora- en Faunawet wordt afgewezen.