Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
a) Verplichting werkgever
a) Pensioenverzekering
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland behandelde een arbeidsrechtelijk geschil tussen eiseres en Stichting Nederlandse Publieke Omroep (NPO) over de betaling van pensioenpremies en andere financiële aanspraken na beëindiging van het dienstverband.
Eiseres stelde aanspraak te hebben op pensioenpremies over de periode van 1 november 1978 tot 1 april 1981, waarin zij naar eigen zeggen op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd werkzaam was, en over de periode na 1 mei 2013 tot aan haar AOW-gerechtigde leeftijd. Tevens vorderde zij betaling van het werkgeversdeel van de pensioenpremie over niet genoten vakantiedagen en vergoeding van advieskosten en schadevergoeding wegens aantasting van haar eer en goede naam.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering voor pensioenpremies over de periode vóór 1 april 1981 verjaard was en dat de pensioenopbouw na einde dienstverband niet voortgezet hoefde te worden, mede gelet op het Sociaal Plan en het pensioenreglement. Wel werd geoordeeld dat het werkgeversdeel van de pensioenpremie over niet genoten vakantiedagen betaald moet worden, conform jurisprudentie over gelijkwaardige behandeling bij uitbetaling van vakantiedagen. De vordering wegens aantasting van de eer en goede naam en de gevorderde advieskosten werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: NPO moet het werkgeversdeel van de pensioenpremie over niet genoten vakantiedagen betalen, overige vorderingen worden afgewezen.